kloostergang 2026
Zomaar vind je God
Wonderlijk. Ik ben geboren in een gezin waarin God zich liet kennen. Als een rechtvaardige en genadige God. Hij was er … zonder meer. Voor veel mensen werd zijn aanwezigheid echter minder vanzelfsprekend. In zekere zin voor mij ook: ik moet er nu moeite voordoen om Hem te ontmoeten. Zelfs zo sterk dat Hij zich niet meer laat vinden, en dat ik denk dat ik Hem moet redden, zodat Hij het niet in mij begeeft. Blijkbaar wil ik Hem niet kwijt.
Ik hoor dan graag hoe Hij voor anderen betekenis heeft. Zo ook in kloosterdagen die ik onder leiding van Cocky Kamerman mag meemaken. Dit jaar waren we met een negental voor het eerst in een eeuwenoud nonnenklooster: Sint Catharinadal in Oosterhout. Daar wonen nu eveneens negen nonnen.
Ik zou veel kunnen schrijven over de kloosterdagen. Maar voor nu houd ik het bij de kernvraag: kan ik daar God vinden? Cocky zorgt altijd voor een prachtige sfeer met aandacht - voor de natuur (dit jaar verrassend ontdekt hoe veel en hoe mooi korstmossen zijn), - voor ontmoetingen met de zusters, temidden met wie we enkele keren per dag vieringen meemaakten, - en voor gesprekken met onze reisgenoten. Gesprekken die je eigenlijk weinig voert binnen de kerkgemeenschap. Gesprekken over God vragen eigenlijk om zulke dagen. Je leert anderen - en wonderwel ook jezelf - beter kennen.
Hier mag ik alleen over mezelf schrijven: heb ik God ontmoet? Wonderlijk dat ik door de gerichte aandacht voor de natuur wel wat bewuster me laat verwonderen en zo iets van God ervaar. Ik zelf zoek Hem echter vaak meer in wat mij verontrust, wat mij verbijstert, waar juist onmacht en onheil zich aandienen en waar onrecht plaatsvindt. Ik kan dan niet berusten, hef als het ware mijn vuist -neen niet naar de hemel (al zou dat misschien ook terecht zijn) -, maar in mijzelf en naar de wereld en vloek ik een gebed (nooit hardop overigens dat durf/wil ik niet). In die verbijsterende wereld ervaar ik mij mede schuldig aan het enorme onrecht dat wij westerlingen de mensheid in deze wereld (vooral in het Midden Oosten) aandoen. Schuldig maar ook vervreemd. Ik begrijp niet dat velen dat schuldgevoel niet met mij delen – schuld belijden doen we al lang niet meer in de kerkgemeenschap. En in de samenleving doen we dat alleen als het om schuld van onze voorouders gaat. Vervreemd voel ik me en hoor mijzelf vaak ’s avonds zeggen: Here God wij zijn vervreemden, door te luisteren naar uw stem.
Aanmatigend? Misschien, het heeft inderdaad iets van profetisch protest. Maar helaas, mis ik de moed om het onrecht hardop aan te klagen. Bang, zeker voor vervreemding van de mensen met wie ik leef. Want ik bid ook vaak dat wij niet uit elkaars genade vallen.
Samen zo naar het klooster gaan, het werkt voor mij – en ik denk voor de anderen ook – zegenend. Juist omdat je je zelf niet zoekt, maar God, ik althans.
Paul Boersma
terug