Zondag 19 april 2026 om 10.00 uur19 april - WoorddienstVoorganger(s): Ds. R. van de Weg (Uithoorn) Organist: Milton Webber Tweede Zondag na Pasen
'Misericordia Domini' – 'Ontferming/barmhartigheid van de HEER' 'Thomas – tussen hoop en twijfel' VOORBEREIDING ![]() Welkom en mededelingen Stilte Psalm van de zondag: Psalm 33: 1 (Kom nu met zang en roer de snaren) Bemoediging en Groet Drempelgebed V: Gezegend Gij die de morgen ontbood en het licht hebt geroepen. Die de weg van Uw Zoon hebt bekroond met Uw liefde. Lijf ons in in Zijn leven, maak ons één tot Zijn lichaam. Geef ons oog voor elkaar en zicht op Uw Rijk: G: dat wij leven in Uw licht en met Christus opstaan. Amen Vervolg Psalm van de zondag: Psalm 33: 8 (Wij wachten stil op Gods ontferming) Kyriegebed; telkens wanneer de voorganger heeft gezegd: 'Zo bidden en zingen wij tezamen', zingt de gemeente et refrein van Lied 547: (Kyrie eleison, wees met ons begaan, doe ons weer verrijzen uit de dood vandaan.) Glorialied: Lied 675: 1 (Geest van hierboven) DIENST VAN HET WOORD Gebed voor de Paastijd Lezing uit de Bijbel: Johannes 20: 19 – 20 en 20: 24 – 29 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: 'Vrede zij met jullie!'. Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Eén van de twaalf, Tomas (dat is Didymus, 'tweeling'), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: 'Wij hebben de Heer gezien!', zei hij: 'Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven'. Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. 'Vrede zij met jullie!', zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: 'Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof'. Tomas antwoordde: 'Mijn Heer, mijn God!'. Jezus zei tegen hem: 'Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven'. Lied 644: 1, 2, 3 en 5 (Terwijl wij Hem bewenen) * vers 5: vis = Ichthus (Grieks) = Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser Uitleg en verkondiging, uitlopend op het gedicht 'De kleine hoop' van Péguy: Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop. Geloof, dat verwondert me niet. Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig, in de zon en de maan en de sterren aan de hemel en in 't gewemel van de vissen in rivieren, en in alle dieren, en in het hart van de mens, zegt God, dat het diepste is, - en het meest in het kind dat het liefste is dat ik ooit heb geschapen. In alles wat boven en onder is ben ik zo luisterrijk aanwezig, dat geloven, zegt God, in mijn ogen geen wonder is. Ook liefde verwondert me niet, zegt God. Er is onder de mensen zoveel verdriet, soms niet te stelpen, dat je toch vanzelf ziet hoe ze elkaar moeten helpen. Ze zouden wel harten van steen moeten hebben als ze voor een die tekort heeft het brood niet uit hun mond zouden sparen. Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet. Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop. Daar ben ik van ondersteboven. De mensen zien toch hoe het er in de wereld vandaag toegaat en toch geloven ze dat het morgen allemaal beter zal gaan. Wat een wonder is er niet voor nodig dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren, een vlammetje dat keer op keer weer wankelt en dreigt neer te slaan maar altijd weer weet op te staan, en nooit wil doven. Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven. Geloof en liefde zijn als vrouwen. Hoop is een heel klein meisje van niks. Zij stapt op tussen de twee vrouwen en iedereen denkt: die vrouwen houden haar bij de hand, die wijzen de weg. Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God, ik zeg: het is dat kleine meisje hoop dat al wat tussen mensen leeft en al hun heen en weer geloop licht en richting geeft. Want het is dat kleine meisje hoop - je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven, je denkt soms dat het zo onooglijk is - het is dat kleine meisje hoop dat de mensen zien laat, zien soms even, wat in het leven mogelijk is. Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou, de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop. Geloof, dat verwondert me niet. Liefde, dat is geen wonder. Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven. Ikzelf, zegt God, ik ben ervan ondersteboven. Stilte Orgelspel Lied 791: 1, 2, 3, 4 en 6 (Liefde, eenmaal uitgesproken) DIENST VAN HET ANTWOORD Dankgebed en voorbeden, Stil gebed, Onze Vader Inzameling van de gaven: 1. Diaconie 2. Kerk Slotlied: 'Mensen onderweg' – melodie: 'Glorie, glorie, halleluja' (Zingenderwijs nr. 101) 2. Mensen onderweg in vrede, vrijheid met een lach, vrienden en vriendinnen samen verder elke dag, liefde van een ander die jouw levensweg verlicht, wij danken voor Uw licht. Refrein: Glorie, glorie, halleluja. Glorie, glorie, halleluja. Glorie, glorie, halleluja, wij danken voor Uw licht. 3. Mensen onderweg met hoop, maar ook met ongeduld, zoveel mensen dankbaar of met wensen onvervuld. Oude mensen, jonge mensen op de Heer gericht, wij zingen van Uw licht. Refrein: . Zending en zegen |
| terug |
