DE BIJBEL IN GEWONE TAAL

DE BIJBEL IN GEWONE TAAL
De BGT gebruikt gewone, bekende woorden… Die maken de tekst spannend en levendig… Sommige woorden zijn smeermiddelen: kleine, op het eerste gezicht onbelangrijke woorden… Het gaat om woorden als ‘gewoon’, ‘natuurlijk’, ‘eigenlijk’, ‘echt’. Zulke woorden hebben vaak geen een-op-een-relatie met Hebreeuwse of Griekse woorden uit de brontekst, maar passen perfect in de context en maken de boodschap duidelijk… zie bijvoorbeeld: Job 2:3 (‘Dan heb je natuurlijk ook mijn dienaar Job gezien’), Prediker 4:8 (‘Voor wie werk ik eigenlijk zo hard?’) en 2 Thessalonicenzen 3:12 (‘Blijf gewoon je werk doen’ ). Smaakmakers zijn woorden als ‘hé’, ‘kijk nou’, ‘jongens’ (als aanspreekvorm), ‘leuk’ en ‘sorry’.

Deze woorden komen in geen enkele andere Bijbelvertaling voor… Het effect is dat de tekst dichtbij komt. Voorbeelden zijn: Ze deden hem een blinddoek om en sloegen hem. Toen zeiden ze: ‘Hé profeet, zeg eens wie dat deed!’ (Lucas 22:63-64); De farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘Kijk nou! Waarom doen uw leerlingen iets dat op sabbat verboden is?’ (Marcus 2:24); Jezus riep tegen hen: ‘Jongens, hebben jullie misschien wat vis voor me?’(Johannes 21:5). Zo kan het dus gebeuren dat Paulus in 2 Korintiërs 11:21 ‘sorry’ zegt, voor het eerst in de geschiedenis.
Zo’n woordje zorgt ervoor dat zijn uitspraken levendig klinken, maar het doet meer. Juist door de aansluiting bij ons eigen dagelijkse taalgebruik wordt het makkelijker voor lezers om de toon en de strekking van een tekst goed te vatten. Sommige woorden en uitdrukkingen in de Bijbel in Gewone Taal kunnen je zomaar een glimlach ontlokken. Omdat je ze niet in de Bijbel verwacht. 
terug