ACHTERGRONDINFORMATIE OVER DE HISTORIE VAN ONZE NIEUWJAARSVIERING

ACHTERGRONDINFORMATIE OVER DE HISTORIE VAN ONZE NIEUWJAARSVIERING
De Romeinen vierden het begin van het jaar op 1 maart, ter ere van de oorlogsgod Mars, maar in 153 v. Chr. werd de nieuwjaarsviering verplaatst naar 1 januari. De Romeinen noemden 1 januari de ‘kalendae’, de ‘nieuwe maan’. Zij vierden het nieuwe jaar op deze dag, acht dagen na de Saturnalia. De saturnaliën (Latijn: Saturnalia) was de naam die de Romeinen gaven aan de feestdag op de jaarlijkse zonnewende op 21 december. Hoelang het feest exact duurde is niet bekend, want de ene Romeinse auteur vermeldde dat de saturnaliën slechts één dag duurde, terwijl de andere aangaf dat het feest wel zeven dagen besloeg. In ieder geval lag het hele sociale leven stil op en rond die dag, want iedereen nam deel aan het feest ter ere van de god Saturnus, die landbouw en welvaart over hun land had gebracht. Slaven konden die dag op gelijke voet met hun meester feestvieren en werden zelfs door hen bediend. Vrienden en familie gaven ook geschenken aan elkaar. Het feest eindigde vaak in buitensporige drink- en feestmaaltijden, waardoor saturnalia in het Latijn ook 'orgie' ging betekenen. De verplaatsing naar 1 januari had ook  te maken met de wisseling van de overheidsambten in het begin van deze maand. Met zijn kalenderhervorming in 46 v. Chr. legde Julius Caesar 1 januari definitief vast als begin van het jaar.
De christelijke kerk vierde Nieuwjaar niet als aparte feestdag, maar schreef in 567 juist een driedaagse vastentijd voor vanaf 1 januari, wellicht om de uitspattingen van de Kalendaefeesten tegen te gaan.  Later werd Pasen alom het begin van het nieuwe jaar, toen Epifanie  (Driekoningen), vervolgens 25 december en daarna de eerste adventsdag. De meeste vorstenhoven hielden echter vast aan Pasen als Nieuwjaarsdag. De Spaanse landvoogd Requesens stelde in 1575 voor de Nederlanden het begin van het burgerlijk jaar vast op 1 januari. Met de invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582 werd dat ook voor de Kerk officieel de nieuwjaarsdag, maar in sommige landen en delen van Nederland heeft het tot 1701 geduurd voordat deze dag als zodanig werd geaccepteerd. 
Januari is genoemd naar Janus. Van hem werd verteld dat hij twee gezichten had, dat hij met de ene kant naar het verleden keek en met de andere kant naar de toekomst. Janus werd ook de god van de deur genoemd. Wanneer men zich in een gebed richtte tot welke god dan ook, moest men eerst Janus aanroepen, want hij stond symbool voor de deur waarlangs alle andere goden te bereiken waren.
terug